Navigatie menu
Sint-Antoniuskapel, Kamperhoek
april 72018

Sint-Antoniuskapel

Nog geen tekst beschikbaar.

Code: WN13vN2

Tekst:

Foto: GAW

Meer informatie»
Sint-Josephkapel, Centrum
april 32018

Sint-Josephkapel

Kapel behoorde bij het Bisschoppelijk College in Weert. Verder nog geen tekst beschikbaar.

Code: WM12vN2

Tekst:

Foto: GAW

Meer informatie»
Julianastraat 26, Stramproy
maart 282018

(leeg)

SONY DSC

Nis in een gevel van pand Julianastraat 26 in Stramproy (drogist).

Code: WS57v

Tekst: 2018-04-24

Foto: SHK (2001)

 

Meer informatie»
Grote-Ursulinenkapel, Centrum
maart 92018

Grote-Ursulinenkapel

Nog geen tekst beschikbaar.

Code: WM09vP2

Tekst:

Foto: SHK (2011)

Meer informatie»

Zeeverskapel

In de Crixstraat in Stramproy stond in de 19e eeuw de Zeeverskapel. Het gebouwtje stond ‘op ’t land van Jaopers’ tegenover de boerderij Zeevers. De boerderij Zeevers, tegenwoordig Crixstraat 10, werd gebouwd in 1752 en brandde af in 1932. De kapel was vernoemd naar de boerderij. Welke heilige in de kapel vereerd werd is niet bekend. In 1861 verhuisde Hannes Heykers, de eigenaar van boerderij Zevers, naar Ell en nam de kapel met stukken en brokken mee. De buurtbewoners waren niet blij met de afbraak van de kapel en lieten hun ongenoegen blijken. Toen de Klemmenstraat in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd aangelegd, zijn er fundamenten van het kapelletje gevonden. Op de Ferrariskaart 1771-1778 staat op die plaats een wegkruis ingetekend. Het kruis had blijkbaar plaats gemaakt voor een kapel.

Code: WS31vN2       Tekst: ©2018-04-01   Foto:   –

Meer informatie»
Sint-Corneliuskapel, Swartbroek
februari 242018

Sint-Corneliuskapel

De Sint-Corneliuskapel in Swartbroek dateerde uit omstreeks 1600. In 1735 was de kapel versleten en werd er een nieuwe gebouwd. Een restauratie van de kapel was in 1849 noodzakelijk. Zoals in andere gehuchten in Weert, klaagde ook het buurtschap Swartbroek over de slecht begaanbare wegen in de wintermaanden. Om in de Sint-Martinuskerk in de stad Weert te komen, moesten de kerkgangers ruim vijf kwartieren lopen. De inwoners van Swartbroek moesten helaas tot 1776 wachten tot er een rector werd aangesteld. De ‘rectorij’, de woning van de rector, werd in 1782 gebouwd en staat er nog steeds.

In 1925 krijgt het dorp een ‘eigen’ kerk, de Sint-Corneliuskerk. Een paar jaar later werd Swartbroek een zelfstandige parochie. Door de nieuwe parochiekerk raakte de kapel haar liturgische functie kwijt. Vanaf 1926 werd de ex-kapel, het ‘Sint-Corneliuslokaal’. Het ‘lokaal’ werd gebruikt voor vergaderingen en ontspanning. Het Sint-Corneliuslokaal werd op het einde van de Tweede-Wereldoorlog beschadigd. De voormalige kapel raakte geleidelijk in verval, om later in het kader van een bestemmingsplan te worden verkocht aan de gemeente Weert. De Sint-Corneliuskapel ‘sneuvelde’ in 1965 door een slopershamer. Hetzelfde lot onderging de Sint-Luciakapel in Boshoven en de Sint-Mathiaskapel aan de Maaspoort.

Code: WZ26vN2      Versie: ©2018-04-01             Foto:   GAW

Meer informatie»
Sint-Matthiaskapel, Leuken
februari 192018

Sint-Matthiaskapel

“De heiligen Christoffel, Matthias en Martinus waren samen op reis. Zij reisden te voet vanuit het noorden via Weert en Roermond naar het zuiden. De reizigers hadden onderling afgesproken dat ieder van hen een gebedshuis zou worden toegewijd op de plek waar hij door vermoeidheid genoodzaakt was om te rusten. De eerste reiziger die vermoeid raakte, was Sint-Martinus. Voor hem werd voorbij de grens met Brabant bij boerderij De Teenegeeter het Sinte-Mertekèpelke gebouwd. Sint-Matthias lukte het om tot aan de Maaspoort in Weert te komen. Hij moest daar rusten en voor hem werd een grote kapel geplaatst. Sint-Christoffel kwam het verst, hij liep zelfs tot Roermond. Hij ging aan de overkant van de Maas rusten. Dit was aanleiding om in Roermond, voor Sint-Christoffel een kathedraal te bouwen.” Bovenstaande tekst is een overlevering van de vroegere bewoners van boerderij De Teenegeeter, waar het Sinte-Mertekèpelke toebehoorde.

Uit documenten blijkt dat er al in 1483 spraken is van een Sint-Matthiaskapel aan de Maaspoort in Weert. De kapel stond op de splitsing van de wegen naar Roermond en Maaseik, de Roermondseweg en de Maaseikerweg. In de buurt van de kapel, in de Melaatsensteeg (Belaetensteeghe) stonden in de 16de eeuw enkele huisjes, waar de melaatsen woonden. De melaatsen werden uit de stad geweerd. In 1838 werd de kapel herbouwd. De nieuwbouw uit 1892 werd iets groter dan zijn voorganger (4m x 6m). Sint-Matthias is de patroon van de reizigers. De ‘overlevering’ verwijst daar naar. Op 24 februari, de feestdag van Sint-Matthias, was het altijd druk bij de kapel. De kapel was vooral populair bij de buurtbewoners. Als bedevaartsoord stelde de kapel aan de Maaspoort niet veel voor. Door het steeds drukker wordend verkeer werd, de Sint-Matthiaskapel, zeer tegen de zin van de buurtbewoners, in 1935 gesloopt. Het kerkbestuur incasseerde de opbrengst van 300 gulden en besteedde in1938 het geld aan de bouw van de nieuwe Sint-Mathias parochiekerk in Leuken.

Code: WM18vN2      Tekst: ©2018-04-05   Foto: GAW

Meer informatie»
Sint-Martinuskapel, Hushoven
februari 82018

Sint-Martinuskapel

Het verkeer tussen Weert en Brabant ging in het verleden dwars door het gehucht Hushoven en langs de historische boerderijen Dorothé en Hutte Maerhees naar Maarheeze, Leende en verder. Hutte Maerhees was de allerlaatste hoeve op Weerter grondgebied. Bij Hutte Maerhees was een grote waterput waar reizigers en paarden konden drinken en uitrusten. De hoeve was gebouwd in 1651. Om vanuit Weert bij de hoeve te komen, was het anderhalf uur lopen. Het traject liep door bossen en langs vennen. Na 1920 ontstonden de ontginningen  Geuzendijk, Grandkant, Van Tulden, Bakewell, Russelsbroek en Kernies. De ontginningen werden mogelijk na de oprichting van het allereerste waterschap de ‘Oude Graaf’. Industrieel Erwin Russel en dokter Vranken waren in 1917 de oprichters van het waterschap. Het beekje de Oude Graaf werd uitgediept, verbreed en rechtgetrokken. Bij de werkzaamheden aan de beek werden vuistbijlen en pijlpunten uit het stenentijdperk gevonden. In de vennen zat veel vis. Door de afwatering werden de ontginning van onder andere het Russelsbroek (Russel) en Kernies (Vranken) mogelijk. Deze ontginningen stonden niet los van de ontgingen aan de noordzijde van het Weeterbos in Heugten (Maarheeze) en Someren. Die ontginningen begonnen eerder. De Oude Graaf en de Riet (Boshoven) gaan in het Weerterbos op in het riviertje de AA. Het riviertje meandert tot Den Bosch en mondt daar uit in de Maas. Aanvankelijk deed de provincie Noord-Brabant moeilijk over de afwatering via de AA.

In de weg van Weert naar Brabant zaten meerdere chicanes. De gevaarlijk bochten eisten in het begin van het autotijdperk veel dodelijke slachtoffers. Er lag een S-bocht in Hushoven, bij boerderij Dorothé, waar vroeger de schout van Weert woonde en een kronkel bij de Oude Graaf vlak bij Hutte Maerhees. Na de komst van Napoleon lag de Franse grens enige tijd bij Hutte Maerhees. Daarom werd daar het ‘grenskantoor’ gebouw, met daarin een gevelsteen waarop 1812 stond. Tijdens de Belgische periode (1830-1839), toen Nederlands Limburg bij België hoorde, deed het huis ook dienst als douanepost. Later werd tegenover de Hutte Maerhees en het grenskantoor de café-boerderij Wieërter Hut gebouwd. Tegenwoordig wegrestaurant De Wildenberg. Hutte Maerhees veranderde van naam toen Tieske Hanssen de hoeve in 1847 kocht. De naam veranderde in De Teenegeeter. De nieuwe bewoner ontleedde de naam aan een boerderij in het buurtschap Moesel in Weert. Tieske met zijn gezin had op Moesel een boerderij gepacht die eigendom was van de tinnegieter in de stad Weert. Het ‘Sinte-Merteshuuske’ was een onafscheidelijk deel van boerderij De Teenegeeter aan de grens met Brabant. De kapel was gewijd aan Sint-Martinus en zou omstreeks 1500 zijn gebouwd. Het was waarschijnlijk de oudste kapel in Weert. De kapel moest vaak worden hersteld. De laatste bouw was uit 1860. Het was een bakstenen gebouw met een grote open voorportaal, met aan weerszijden een ingemetselde bank. Bij regen werd er door fietsers in geschuild. Het waardevolle 16de -eeuwse heiligenbeeld stond op een stenen altaar. Het altaar was afgeschermd door een zware gesmede deur. Tijdens de restauratie van het beeld van Sint-Martinus bleek dat het beeld ooit zwartgeblakerd was geweest. Het houten beeldje is waarschijnlijk bij een kaarsenbrand, gered. De kapel stond op een perceeltje van boerderij De Teenegeeter. Echter de sleutel van de kapel werd beheerd door de buren die op café-boerderij De Wildenberg woonden. Na de verharding van de Hushoverweg, nu de Eindhovenseweg, werd er vlak bij de Sint-Martinus kapel een parkeerhaventje aangelegd. Automobilisten met hoge nood deden daar vaak hun behoeften tussen de struiken achter de kapel. Bij warm weer was het daar niet te harden van de vliegen. In 1970 kwam een einde aan dit ‘openbare toilet’. Voor de aanleg van de autoweg met ventwegen, moesten de boerderij De Teenegeeter, het grenskantoor en de historische Sint-Martinuskapel wijken. De Wildenberg en enkele historische bomen bleven gespaard. De oude linden bij wegrestaurant De Wildenberg hoorden vroeger bij de boerderij De Teenegeeter. De eik bij de inrit van wegrestaurant De Wildeberg stond voor het grenskantoor. Ook is er nog één eik gespaard bij de Oude Graaf. Beide eiken zijn restanten van de historische rijen eiken langs de oude Hushoverweg. Dezelfde eiken staan nu nog langs de Roermondseweg aan de zuidkant van Weert. In Maarheeze en Leende staan ook nog steeds dezelfde eiken. De oude waterput was al in de dertiger jaren van de vorige uit veiligheidsoverweging gedempt.

Het ‘offeren’ van het ‘Sinte-Merteshuuske’ ten gunste van het verkeer was achteraf gezien niet nodig. En wie de onteigeningsvergoeding van de kapel heeft opgestreken, is niet bekend. De eigenaar van boerderij De Teenegeeter bood te vergeefs grond aan voor de herbouw van de Sint-Martinuskapel. En zo verdween het cultuurhistorisch bouwwerkje, Sinte-Merte, geruisloos van de landkaart. Met het waardevolle beeld van Sint-Martinus liep het gunstiger af. Via de parochiekerk kwam het beeld in het religieusmuseum van Weert terecht, waar het vakkundig werd gerestaureerd. Sint-Martinus werd aangeroepen tegen de zogenaamde ‘derde daagse koude koorts’. Bij de kapel werd gebeden voor zieke bloedverwanten, kennissen en buurtgenoten uit de buurt maar ook uit de naburige Brabantse dorpen. Dit laatste is niet verwonderlijk want over de grens met Brabant staan nauwelijks kapelletjes! Zie hierover de tekst bij de Grenskerk.

Code: WN08vN2       Tekst: ©2018-04-03   Foto: GAW

Meer informatie»

Heiligebaûmkapelke

Na een verschijning van Onze Lieve Vrouw aan een 18 jarige jongeman, ontstond in buurtschap Klakstaart (Klakstert) in Weert spontaan een bedevaartsoord. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje met als gevolg dat gelovigen van heinde-en-ver naar de plaats van de verschijning kwamen kijken. In korte tijd kwamen horden mensen naar de plek van de verschijning. Bewoners in de buurt van café De Wildenberg, ten noorden van Weert, vertelden dat bij de spoorwegovergang tussen Maarheeze en Weert regelmatig tientallen bussen met pelgrims stonden te wachten tot de spoorbomen open gingen. Op zondagavond 16 oktober 1949 liep Thieu Jacobs naar huis. Hij was een avondje gaan kaarten. Toen hij bij een aantal Canadese populieren aan de kruising van de Maaseikerweg met de Dijkerstraat kwam, hoorde hij roepen: “Jongen, kom terug”. Thieu reageerde en zag een “sneeuwwitte vrouw”. De “sneeuwwitte vrouw” verscheen voor Jacobs nog elf keer, steeds om 10 uur ’s avonds. Thieu kreeg van de ‘witte vrouw’ opdracht om een ‘veldkapelletje’ tegen de boom te plaatsen met daarin een Mariebeeldje dat op de “sneeuwwitte vrouw” leek.

Tienduizenden mensen kwamen uiteindelijk op het visioen af. Veel gelovigen namen ‘relieken’ mee, zoals een stukje schors van de boom waar Thieu de Maagd Maria ontmoette. Om het ‘plunderen’ van de boom te voorkomen moest er door de gemeente kippengaas om de boom worden gedraaid en er werd een hoog hekwerk geplaatst. De hype was zo groot dat de gelovigen nauwkeurig de vallende bladeren van de ‘verschijningsboom’ volgden en ze mee namen. De ‘verschijning’ bleek nep te zijn waardoor de belangstelling letterlijk uit ging als een kaars. Het Heiligebaûmkapelke werd meteen verwijderd. De zwaar beschadigde boom moest in de herfst van 1951 worden omgezaagd. Het boek van ‘Onze Lieve Vrouw in de populier’ was toen afgesloten. De jongeman wordt sindsdien ‘Thieu vanne Baûm’ genoemd.

Code: WZ11vN2      Versie: ©2018-04-01             Foto:   –

Meer informatie»
Missiehuiskapel, Fatima
februari 32018

Missiehuiskapel

Nog geen tekst beschikbaar.

Code: WM14vN2

Tekst:

Foto: SHK (2018)

Meer informatie»

Sint-Barbarakapel

Langs de doorgaande weg in Tungelroy lag de “Sinte Barbara Capell tot Tongelroy”. De vaak slecht begaanbare Hoolstraat (nu Maaseikerweg) vanuit Weert, ging via Tuurke, het ‘centrum’ van Tungelroy, naar Stramproy. Vanuit Stramproy kon men naar Thorn, Maaseik of Bocholt gaan. In de 16de eeuw ontkwam de kapel niet aan de beeldenstorm en in de 17de eeuw viel de kapel ten prooi aan muitende Spaanse troepen. Steeds overwonnen de mensen uit Tungelroy de tegenslagen en het lukten hen later om een rectoraat te krijgen.

Vanaf 1786 werden er relikwieën van de Heilige Barbara in de kapel bewaard. In 1792 werd de Sint-Barbarakapel afgebroken. Het nog bruikbare materiaal van de kapel werd gebruik voor de bouw van de Sint-Barbarakerk in het dorp. De inzegening van de Sint-Barbarakerk vondplaats in december 1793. Maar vanwege de Franse overheersing werden de relikwieën pas in 1819 in de kerk geplaatst. De plaatsing van de relikwieën, was in Tungelroy de aanleiding om van 4 december een feestdag te maken. De dag groeide geleidelijk uit naar de najaarskermis met een hoogmis, kraampjes en familie- en cafébezoek. Van heinde en verre werd de patronessen dag Sint-Barbara in Tungelroy gevierd. Helaas liep de feestelijkheden wel eens uit de hand. In 1915 was de Sint-Barbarakermis op zondag 5 december. Bij café Leijssen aan de Maaseikerweg werd toen de Belgische vluchteling Leopard van de Paer vermoord, die bij Engelbertus Gerris (Hanse Ingel) als knecht werkte. Ongeveer in 1960 kwam er een einde aan het jaarlijkse evenement.

Code: WZ20vN2      Versie: ©2018-04-01             Foto:   –

Meer informatie»

Sint-Jozefkapel

Op basis van de wetten van Émile Combes, die ten doel hadden het aantal en de activiteit van de religieuze congregaties tot het uiterste te beperken, werden de Franse congregaties gedwongen elders hun toevlucht te zoeken. Monseigneur Labouré, de bisschop van Rennes, had een goede relaties met Mgr. Drehmans, de bisschop van Roermond. Bisschop Drehmans wees Stramproy aan als nieuwe vestigingsplaats voor een zusterorde. Het betrof de zusters van de “Congrégation des Soeurs adoratrices et victines de la justice de Dieu”. Het moederhuis van de congregatie ligt in Rillé-Fourgeres (Bretangne). Op 5 oktober 1903 belden twee Frans sprekende zusters, Héloïse (Perrine Fretay) en Céline (Eugénie Pellois), aan bij de pastorie van Stramproy. Pastoor Eyckheuvels dacht aanvankelijk dat het bedelzusters waren. Maar nadat het misverstand was opgelost, belegde hij ad hoc een vergadering met burgemeester Smeijers en het kerkbestuur. Wethouder en brouwer Zjang Maes fungeerde als tolk. De vergadering besloot positief over het verzoek van de zusters om een klooster in Stramproy te vestigen. Op vrijdag 30 oktober arriveerden de zusters Héloïse (overste) en Céline per rijtuig vanaf het station in Weert, om zich blijvend te vestigen in Stramproy. De gemeente stelde tijdelijk twee kamers boven in het gemeentehuis ter beschikking, waar de zusters tijdelijk konden wonen. Henricus Creemers (Baele Driek), later burgemeester van Stramproy, was bereid om een perceel van 50 aren tegen het kleine bedrag van 500 francs te verkopen om daar een klooster op te laten bouwen. De bouwtekeningen werden gemaakt door architect en later de burgemeester van Stramproy, Ties Stals. Het klooster was het eerste bouwproject voor Stals. De Franse taal was aanvankelijk een struikelblok. Zjang Maes fungeerde als tolk en raadgever tijdens de bouw van het klooster. De zusters moesten voor de bouw van het klooster in totaal 15.000 francs betalen. Op 7 november 1904 was het klooster klaar en namen de zusters Héloïse, Céline en Julia (Maria Bodin) hun intrek in het nieuwe klooster. Inmiddels had de congregatie niet stil gezeten en waren er ook kloosters geopend in Linne, Geulle en Baarlo. De kloosterzusters rouleerden tussen de vestigingen in Nederland en het moederklooster in Rillé. Het gevolg was dat er geregeld andere gezichten in het klooster in Stramproy te zien waren.

De zusters hadden in het begin nauwelijks middelen van bestaan en ook de ouderen die ze verzorgden, hadden niet veel geld. De mensen in Stramproy wisten dat de zusters het niet breed hadden, daarom brachten ze eieren, aardappelen en als er geslacht was ook een groot stuk vlees naar de zusters. De tuin leverde voor de zusters groente op en gras voor hun geiten. Door de aanleg van de trambaan Weert-Maaseik werd hun tuin in tweeën gesplitst. De zusters konden beschikken over een kleine rente van een som geld die geschonken werd door de ex Stramproyenaar, de deken Theodorus Creemers. De deken was een broer van Driek Creemers. Bij gelegenheid van de gouden professiefeest van de generale overste M.M. Archange en de hulp van moederoverste Léocadie in Linne, kregen de zuster in Stramproy verlof om in het klooster een kapel in te richten. De kapel werd op 1 september 1914 ingezegend. Tijdens de Eerste-Wereld oorlog was de kapel voor de zusters een grote troost. Gedurende die oorlog bood het klooster onderdak aan enkele kleine kinderen uit België. Mensen van Stramproy schonken de zusters bij het vijfentwintig jarig bestaan van het klooster in 1928 voor in de kapel, twee kerkgewaden, een witte en een groene. In 1932 werd het klooster verbouwd en kreeg een nieuwe vleugel. In het nieuwe gedeelte op de eerste verdieping kwam een grotere kapel met sacristie. De kapel werd op 27 april 1933 door pastoor Bloemen ingezegend. Net zoals de oude kapel werd de nieuwe kapel toegewijd aan Sint-Jozef. Gertrudis Bremmers-Strassar, vroedvrouw in Stramproy en de moeder van zuster Marguerite (Julia Lafleur) schonk een gedeelte van de inrichting voor de kapel.

De Zeer Eerwaarden Heer pastoor Jozef Antoon Charles Kellenaers (*1900 – †1983) werd in 1926 tot priester gewijd. Hij was pastoor in Helden-Panningen. Nadat Kellenaers emeritus (gepensioneerd) werd, woonde hij als gast in het klooster. Vanwege zijn verleden als pastoor werd hij vaak als rector aangesproken, maar deze functie heeft hij echter formeel nooit bij de zusters in Stramproy bekleed. De ‘rector’ had als laatste wens, begraven te worden tussen de zusters van de congregatie. Die wens is nooit in vervulling gegaan, want Kellenaers ligt begraven op het kerkhof Kerkhofpad in Panningen. De oud-pastoor had op zijn kamer een waardevol kruisbeeld hangen. Het beeld hing na zijn dood in de Sint-Jozefkapel. Toen in 2003 het gebouw onder de sloophamer ging, werd het beeld door de zusters aan de stichting Heyerkapel geschonken. Een replica van het beeld hangt sinds 2007 op het Mieëwekruûs. Met de sloop van het klooster verdween ook de Sint-Jozefkapel. De waardevolle religieuze voorwerpen uit het klooster verhuisden naar het klooster in Baarlo. Het kerkbestuur van de parochiekerk in Stramproy kreeg de kruiswegstaties, die nu in de kerk is opgeslagen.

Code: WS38vN2       Tekst: ©2018-04-01   Foto: ??

 

 

Meer informatie»
Sint-Luciakapel, Boshoven
januari 192018

Sint-Luciakapel

De naam Lucia is afgeleid van het Latijnse lux, dat licht betekent. De patroon dag van Sint-Lucia is 13 december. Op de oude Juliaanse kalender was die dag de kortste dag van het jaar. Na de invoering van de Gregoriaanse kalender werd 21 december de kortste dag! Vanwege de legende, waarin wordt verteld dat de ogen van Sint-Lucia waren uitgestoken, werd zij de beschermheilige van blinden en opticiens. Sint-Lucia wordt door katholieken aanbeden voor genezing van slechtziendheid, pijn in de hals, blindheid en bloedingen. Sint-Lucia is afgebeeld met een dolk door haar hals, of met een schaal waarop twee ogen liggen. Het zijn verwijzingen naar de godsdienstige betekenis van haar naam.

In het noorden van Weert, in het gehucht Vrakker, stond een kapel die gewijd was aan Sint-Lucia. Waarschijnlijk is de kapel in 1632 gebouwd en daarna meerdere keren verbouwd of herbouwd. De kapel werd omstreeks 1878 voor het laatst herbouwd. Het stenen heilige huisje stond bij de kruising van de huidige Boshoverweg en de Vrakkerstraat. Mgr. Lemmmens gaf in 1932 aan deken Souren van Weert toestemming om voor Hushoven, Vrakker en Boshoven een parochie te beginnen, om zo de Sint-Martinus parochie in de stad Weert te ontlasten. In rap tempo werd een noodkerk gebouwd, dat later het Don Boscohuis werd. De belangstelling voor de Sint-Luciakapel nam zienderogen af. Tijdens de Tweede-Wereldoorlog werden enkele waardevolle beelden uit de kapel verkocht. De kapel werd alleen nog gebruikt voor de opslag van kerkelijke spullen ten behoeve van de jaarlijkse processies en begrafenissen. De verloedering van de kapel sloeg toe. Het kerkbestuur van de jonge Sint-Odaparochie stelde duidelijk andere prioritijen. In 1956 werd de nieuwe Sint-Odakerk als parochiekerk in gebruik genomen. De noodkerk ging dienst doen als parochiezaal. De reconstructie van het gebied rondom het Don Boscohuis en de Sint-Odakerk, was de aanleiding om de Sint-Luciakapel in 1960 af te breken. De Sint-Luciakapel werd een ‘blinde vlek’.

Code: WN06vN2       Tekst: ©2018-04-03   Foto: GAW

Meer informatie»
Woonwagencentrumkruûs, Leuken
januari 192018

Woonwagencentrumkruûs

Op verzoek van de bewoners van het regionaal woonwagencentrum in Weert, werd ter gelegenheid van de heropening van het centrum in 1974 het Woonwagencentrumkruûs geplaatst. Het kruisbeeld stond eerst in een kapelletje langs de Leveroysedijk. Nadat het kapelletje was afgebroken, bleef het kruis op die plek staan. De Minderbroeders van de Biest in Weert hadden het beeld aan de woonwagenbewoners geschonken. Lang heeft het kruis langs het spoor op de splitsing van de Leveroysedijk en de Roeventerpeelweg daar niet gestaan. In het jaar 2000 stond het kruis er niet meer. Het is niet bekend wat er met het kruis is gebeurd. Het kruisbeeld zou eerder in het centrum van Weert hebben gestaan, bij het ‘tunnelke’ (spoorwegtunnel) bij de Maaseikerweg.

Code: WM16vN2      Tekst: ©2018-04-05   Foto: GAW

Meer informatie»

Thijssenkruûs

Langs de oude weg naar Weert, waar langs ook het Steinekruûs stond, heeft ook nog een tweede kruis gestaan. Op de kaart van Ferraris zijn twee kruisen getekend, één kruis van steen (rood) en één houten kruis (zwart). Het rode kruis is het Steinekruûs. Het zwart gekleurde kruis dat staat ingetekend zou het Thijssenkruûs kunnen zijn. Over dit kruis is verder niets bekend. Het kruis stond honderden meters naar het noorden, richting Weert. Of zou daar in 1719 de herder Peter Moonen zijn doodgeslagen? Zie ook het Steinekruûs.

Code: WZ17vN3      Versie: ©2018-04-01             Foto:   –

Meer informatie»
Alle object types Alle locaties Elke beoordeling

Gevonden Objecten