Navigatie menu
  • Auteur: Jac van Melick
  • Datum geplaatst: 28 jan,2018
  • Categorie:
  • Adres: Frans Strouxstraat, Stramproy

Sint-Jozefkapel

Op basis van de wetten van Émile Combes, die ten doel hadden het aantal en de activiteit van de religieuze congregaties tot het uiterste te beperken, werden de Franse congregaties gedwongen elders hun toevlucht te zoeken. Monseigneur Labouré, de bisschop van Rennes, had een goede relaties met Mgr. Drehmans, de bisschop van Roermond. Bisschop Drehmans wees Stramproy aan als nieuwe vestigingsplaats voor een zusterorde. Het betrof de zusters van de “Congrégation des Soeurs adoratrices et victines de la justice de Dieu”. Het moederhuis van de congregatie ligt in Rillé-Fourgeres (Bretangne). Op 5 oktober 1903 belden twee Frans sprekende zusters, Héloïse (Perrine Fretay) en Céline (Eugénie Pellois), aan bij de pastorie van Stramproy. Pastoor Eyckheuvels dacht aanvankelijk dat het bedelzusters waren. Maar nadat het misverstand was opgelost, belegde hij ad hoc een vergadering met burgemeester Smeijers en het kerkbestuur. Wethouder en brouwer Zjang Maes fungeerde als tolk. De vergadering besloot positief over het verzoek van de zusters om een klooster in Stramproy te vestigen. Op vrijdag 30 oktober arriveerden de zusters Héloïse (overste) en Céline per rijtuig vanaf het station in Weert, om zich blijvend te vestigen in Stramproy. De gemeente stelde tijdelijk twee kamers boven in het gemeentehuis ter beschikking, waar de zusters tijdelijk konden wonen. Henricus Creemers (Baele Driek), later burgemeester van Stramproy, was bereid om een perceel van 50 aren tegen het kleine bedrag van 500 francs te verkopen om daar een klooster op te laten bouwen. De bouwtekeningen werden gemaakt door architect en later de burgemeester van Stramproy, Ties Stals. Het klooster was het eerste bouwproject voor Stals. De Franse taal was aanvankelijk een struikelblok. Zjang Maes fungeerde als tolk en raadgever tijdens de bouw van het klooster. De zusters moesten voor de bouw van het klooster in totaal 15.000 francs betalen. Op 7 november 1904 was het klooster klaar en namen de zusters Héloïse, Céline en Julia (Maria Bodin) hun intrek in het nieuwe klooster. Inmiddels had de congregatie niet stil gezeten en waren er ook kloosters geopend in Linne, Geulle en Baarlo. De kloosterzusters rouleerden tussen de vestigingen in Nederland en het moederklooster in Rillé. Het gevolg was dat er geregeld andere gezichten in het klooster in Stramproy te zien waren.

De zusters hadden in het begin nauwelijks middelen van bestaan en ook de ouderen die ze verzorgden, hadden niet veel geld. De mensen in Stramproy wisten dat de zusters het niet breed hadden, daarom brachten ze eieren, aardappelen en als er geslacht was ook een groot stuk vlees naar de zusters. De tuin leverde voor de zusters groente op en gras voor hun geiten. Door de aanleg van de trambaan Weert-Maaseik werd hun tuin in tweeën gesplitst. De zusters konden beschikken over een kleine rente van een som geld die geschonken werd door de ex Stramproyenaar, de deken Theodorus Creemers. De deken was een broer van Driek Creemers. Bij gelegenheid van de gouden professiefeest van de generale overste M.M. Archange en de hulp van moederoverste Léocadie in Linne, kregen de zuster in Stramproy verlof om in het klooster een kapel in te richten. De kapel werd op 1 september 1914 ingezegend. Tijdens de Eerste-Wereld oorlog was de kapel voor de zusters een grote troost. Gedurende die oorlog bood het klooster onderdak aan enkele kleine kinderen uit België. Mensen van Stramproy schonken de zusters bij het vijfentwintig jarig bestaan van het klooster in 1928 voor in de kapel, twee kerkgewaden, een witte en een groene. In 1932 werd het klooster verbouwd en kreeg een nieuwe vleugel. In het nieuwe gedeelte op de eerste verdieping kwam een grotere kapel met sacristie. De kapel werd op 27 april 1933 door pastoor Bloemen ingezegend. Net zoals de oude kapel werd de nieuwe kapel toegewijd aan Sint-Jozef. Gertrudis Bremmers-Strassar, vroedvrouw in Stramproy en de moeder van zuster Marguerite (Julia Lafleur) schonk een gedeelte van de inrichting voor de kapel.

De Zeer Eerwaarden Heer pastoor Jozef Antoon Charles Kellenaers (*1900 – †1983) werd in 1926 tot priester gewijd. Hij was pastoor in Helden-Panningen. Nadat Kellenaers emeritus (gepensioneerd) werd, woonde hij als gast in het klooster. Vanwege zijn verleden als pastoor werd hij vaak als rector aangesproken, maar deze functie heeft hij echter formeel nooit bij de zusters in Stramproy bekleed. De ‘rector’ had als laatste wens, begraven te worden tussen de zusters van de congregatie. Die wens is nooit in vervulling gegaan, want Kellenaers ligt begraven op het kerkhof Kerkhofpad in Panningen. De oud-pastoor had op zijn kamer een waardevol kruisbeeld hangen. Het beeld hing na zijn dood in de Sint-Jozefkapel. Toen in 2003 het gebouw onder de sloophamer ging, werd het beeld door de zusters aan de stichting Heyerkapel geschonken. Een replica van het beeld hangt sinds 2007 op het Mieëwekruûs. Met de sloop van het klooster verdween ook de Sint-Jozefkapel. De waardevolle religieuze voorwerpen uit het klooster verhuisden naar het klooster in Baarlo. Het kerkbestuur van de parochiekerk in Stramproy kreeg de kruiswegstaties, die nu in de kerk is opgeslagen.

Code: WS38vN2       Tekst: ©2018-04-01   Foto: ??