Navigatie menu
Sint-Martinuskapel, Hushoven

Sint-Martinuskapel, Hushoven

Devotiekapel

  • Auteur: Jac van Melick
  • Datum geplaatst: 8 feb,2018
  • Categorie:
  • Adres: Eindhovenseweg, Weert

Sint-Martinuskapel

Het verkeer tussen Weert en Brabant ging in het verleden dwars door het gehucht Hushoven en langs de historische boerderijen Dorothé en Hutte Maerhees naar Maarheeze, Leende en verder. Hutte Maerhees was de allerlaatste hoeve op Weerter grondgebied. Bij Hutte Maerhees was een grote waterput waar reizigers en paarden konden drinken en uitrusten. De hoeve was gebouwd in 1651. Om vanuit Weert bij de hoeve te komen, was het anderhalf uur lopen. Het traject liep door bossen en langs vennen. Na 1920 ontstonden de ontginningen  Geuzendijk, Grandkant, Van Tulden, Bakewell, Russelsbroek en Kernies. De ontginningen werden mogelijk na de oprichting van het allereerste waterschap de ‘Oude Graaf’. Industrieel Erwin Russel en dokter Vranken waren in 1917 de oprichters van het waterschap. Het beekje de Oude Graaf werd uitgediept, verbreed en rechtgetrokken. Bij de werkzaamheden aan de beek werden vuistbijlen en pijlpunten uit het stenentijdperk gevonden. In de vennen zat veel vis. Door de afwatering werden de ontginning van onder andere het Russelsbroek (Russel) en Kernies (Vranken) mogelijk. Deze ontginningen stonden niet los van de ontgingen aan de noordzijde van het Weeterbos in Heugten (Maarheeze) en Someren. Die ontginningen begonnen eerder. De Oude Graaf en de Riet (Boshoven) gaan in het Weerterbos op in het riviertje de AA. Het riviertje meandert tot Den Bosch en mondt daar uit in de Maas. Aanvankelijk deed de provincie Noord-Brabant moeilijk over de afwatering via de AA.

In de weg van Weert naar Brabant zaten meerdere chicanes. De gevaarlijk bochten eisten in het begin van het autotijdperk veel dodelijke slachtoffers. Er lag een S-bocht in Hushoven, bij boerderij Dorothé, waar vroeger de schout van Weert woonde en een kronkel bij de Oude Graaf vlak bij Hutte Maerhees. Na de komst van Napoleon lag de Franse grens enige tijd bij Hutte Maerhees. Daarom werd daar het ‘grenskantoor’ gebouw, met daarin een gevelsteen waarop 1812 stond. Tijdens de Belgische periode (1830-1839), toen Nederlands Limburg bij België hoorde, deed het huis ook dienst als douanepost. Later werd tegenover de Hutte Maerhees en het grenskantoor de café-boerderij Wieërter Hut gebouwd. Tegenwoordig wegrestaurant De Wildenberg. Hutte Maerhees veranderde van naam toen Tieske Hanssen de hoeve in 1847 kocht. De naam veranderde in De Teenegeeter. De nieuwe bewoner ontleedde de naam aan een boerderij in het buurtschap Moesel in Weert. Tieske met zijn gezin had op Moesel een boerderij gepacht die eigendom was van de tinnegieter in de stad Weert. Het ‘Sinte-Merteshuuske’ was een onafscheidelijk deel van boerderij De Teenegeeter aan de grens met Brabant. De kapel was gewijd aan Sint-Martinus en zou omstreeks 1500 zijn gebouwd. Het was waarschijnlijk de oudste kapel in Weert. De kapel moest vaak worden hersteld. De laatste bouw was uit 1860. Het was een bakstenen gebouw met een grote open voorportaal, met aan weerszijden een ingemetselde bank. Bij regen werd er door fietsers in geschuild. Het waardevolle 16de -eeuwse heiligenbeeld stond op een stenen altaar. Het altaar was afgeschermd door een zware gesmede deur. Tijdens de restauratie van het beeld van Sint-Martinus bleek dat het beeld ooit zwartgeblakerd was geweest. Het houten beeldje is waarschijnlijk bij een kaarsenbrand, gered. De kapel stond op een perceeltje van boerderij De Teenegeeter. Echter de sleutel van de kapel werd beheerd door de buren die op café-boerderij De Wildenberg woonden. Na de verharding van de Hushoverweg, nu de Eindhovenseweg, werd er vlak bij de Sint-Martinus kapel een parkeerhaventje aangelegd. Automobilisten met hoge nood deden daar vaak hun behoeften tussen de struiken achter de kapel. Bij warm weer was het daar niet te harden van de vliegen. In 1970 kwam een einde aan dit ‘openbare toilet’. Voor de aanleg van de autoweg met ventwegen, moesten de boerderij De Teenegeeter, het grenskantoor en de historische Sint-Martinuskapel wijken. De Wildenberg en enkele historische bomen bleven gespaard. De oude linden bij wegrestaurant De Wildenberg hoorden vroeger bij de boerderij De Teenegeeter. De eik bij de inrit van wegrestaurant De Wildeberg stond voor het grenskantoor. Ook is er nog één eik gespaard bij de Oude Graaf. Beide eiken zijn restanten van de historische rijen eiken langs de oude Hushoverweg. Dezelfde eiken staan nu nog langs de Roermondseweg aan de zuidkant van Weert. In Maarheeze en Leende staan ook nog steeds dezelfde eiken. De oude waterput was al in de dertiger jaren van de vorige uit veiligheidsoverweging gedempt.

Het ‘offeren’ van het ‘Sinte-Merteshuuske’ ten gunste van het verkeer was achteraf gezien niet nodig. En wie de onteigeningsvergoeding van de kapel heeft opgestreken, is niet bekend. De eigenaar van boerderij De Teenegeeter bood te vergeefs grond aan voor de herbouw van de Sint-Martinuskapel. En zo verdween het cultuurhistorisch bouwwerkje, Sinte-Merte, geruisloos van de landkaart. Met het waardevolle beeld van Sint-Martinus liep het gunstiger af. Via de parochiekerk kwam het beeld in het religieusmuseum van Weert terecht, waar het vakkundig werd gerestaureerd. Sint-Martinus werd aangeroepen tegen de zogenaamde ‘derde daagse koude koorts’. Bij de kapel werd gebeden voor zieke bloedverwanten, kennissen en buurtgenoten uit de buurt maar ook uit de naburige Brabantse dorpen. Dit laatste is niet verwonderlijk want over de grens met Brabant staan nauwelijks kapelletjes! Zie hierover de tekst bij de Grenskerk.

Code: WN08vN2       Tekst: ©2018-04-03   Foto: GAW